Goud- en Edelsmederij Hans Mulder
Meester goudsmid sinds 1970


Goud is een scheikundig element met symbool Au en atoomnummer 79.
Het is een geel metalliek overgangsmetaal. Goud en zilver zijn edele metalen, waarvan sieraden gemaakt worden en muntstukken, die als geld functioneren.Het is al sinds de stroomculturen (Nabije Oosten van 3500 v.Chr. tot 800 v.Chr.) zeer gewaardeerd en is roestvrij, daarom wordt goud soms de koning der metalen genoemd.

Eigenschappen
Zuiver goud behoort tot de edelmetalen en is een dicht maar zacht metaal, net iets harder dan zink. Voor het gebruikt kan worden, moet het gezuiverd worden en voor de meeste doeleinden wordt het gelegeerd met andere materialen om het harder te maken. De zuiverheid van goud voor sieraden wordt gemeten in karaat; zuiver goud is 24 karaat. Veel voorkomende zuiverheidsgraden in Nederland zijn 14 karaat (58,3% goud), 18 karaat (75%) en 22 karaat (91,7%). Een ezelsbruggetje is om 1 karaat als 4% zuiver goud te benaderen. Goud wordt al lange tijd als waardevol metaal gezien. In Egyptische hiërogliefen van de 26e eeuw v.Chr. wordt al melding gemaakt van goud als betaalmiddel. Tot ongeveer halverwege de 20e eeuw na Chr. werd goud nog veelvuldig gebruikt voor munten. In de oudheid was goud niet alleen bekend als waardevol, maar ging er ook magie van uit en stond het symbool voor zuiverheid. Alchemisten zijn lange tijd op zoek geweest naar de steen der wijzen, om andere materialen te transformeren in goud. Dat zij daar nooit in zijn geslaagd, is vanuit de huidige inzichten over de opbouw van atomen goed te verklaren. Als zuiver metaal is goud vrijwel onbruikbaar voor industriële toepassingen doordat het erg zacht is. In plaats daarvan wordt het veelvuldig gebruikt in legeringen omdat het element over uitstekende elektrische eigenschappen beschikt en zeer corrosiebestendig is. Sinds de 20e eeuw is goud praktisch onmisbaar in de industrie.


Zilver is een scheikundig element met symbool Ag en atoomnummer 47. Het is een zilverkleurig overgangsmetaal.

Ontdekking
Zilver werd al voor het begin van onze jaartelling gebruikt voor versiersels en als betaalmiddel. Uit opgravingen blijkt dat al 4000-3500 v.Chr. zilver werd gescheiden van lood op eilanden in de Egeïsche Zee en Anatolië. Vaak werd zilver geassocieerd met de maan, de zee en verschillende goden. In de alchemie werd voor zilver het symbool van een halve maan gebruikt en alchemisten noemden het Luna. Van het metaal kwik werd gedacht dat het een soort zilver was. In sommige talen blijkt dat nog uit de naam die kwik heeft zoals quicksilver in het Engels of kwikzilver (met de betekenis levend zilver) in wat ouder Nederlands. Veel later bleek het om twee volstrekt verschillende elementen te gaan. De naam zilver leidt via het Oudhoogduits silbar van de Germaanse wortel *selubra-. Men vermoedt dat het hier een leenwoord betreft dat uit Klein-Azië of nog verder weg afkomstig is. In het Latijn heet zilver argentum, waar zilver het symbool Ag aan dankt. Opmerkelijke eigenschappen Zilver is een eenvoudig te bewerken metaal dat iets harder is dan goud en beschikt over een zilverwitte glans. Zilver heeft van alle metalen de beste elektrische geleidbaarheid en de laagste overgangsweerstand, beter dan koper en goud. Goud wordt daarentegen vaker gebruikt omdat het niet corrodeert. Daarnaast geleidt zilver van alle metalen warmte het best en heeft het de hoogste optische reflectie (tenminste als het zichtbaar licht betreft; ultraviolet licht reflecteert het slecht). Zilverhalogeniden zijn gevoelig voor licht. Het metaal is stabiel in zuivere lucht en zuiver water, maar indien blootgesteld aan ozon of waterstofsulfide verkleurt het. In het geval dat zilver met zwavel of verbindingen daarvan in aanraking komt vormt zich een zwarte laag van zilversulfide.

Diamant (Oudgrieks: adamas, "onverslaanbaar") is een allotrope verschijningsvorm van koolstof die als delfstof aangetroffen wordt, maar ook in laboratoria gemaakt kan worden. In diamant hebben de koolstof-koolstofbindingen een viervlakstructuur waardoor de atomen in drie dimensies gebonden zijn; dit verklaart deels de hardheid waar het mineraal zijn naam aan dankt. Daarentegen heeft grafiet, de koolstofvorm die op aarde het meest voorkomt, een vlakke kristalstructuur waardoor het veel zachter is en schilferende laagjes vormt. Diamant is voor zover bekend het hardste materiaal dat in de natuur voorkomt en is dan ook het ijkpunt voor hardheid 10 op de hardheidsschaal van Mohs. Enkel een aantal industrieel vervaardigde materialen, ook opgebouwd uit zuivere koolstof, zijn harder.

Geschiedenis

In 2500 v.Chr. zouden de Chinezen al diamant gebruikt hebben om edelstenen te polijsten.In India zouden rond die tijd al diamanten als sieraad gedragen zijn en ook de Bijbel vermeldt diamant.Diamanten werden in de 6e tot de 5e eeuw v.Chr. in Europa bekend. Uit deze tijd stamt een oud Grieks bronzen beeld met onbewerkte diamanten, dat zich tegenwoordig in het British Museum in Londen bevindt. Diamant werd al door Manlius (16 na Chr.) en Plinius de Oudere (23-79 na Christus) in zijn Naturalis historia beschreven.
Het moderne diamantslijpen met een gietijzeren draaischijf, diamantpoeder en olijfolie werd in 1456 uitgevonden door de Bruggeling Lodewijk van Berken die de Florentiner voor Karel de Stoute sleep. Dit vormde het begin van de diamantnijverheid te Brugge. Na de verzanding van het Zwin eind 15e eeuw verlegde niet alleen de havenactiviteit, maar ook de diamantnijverheid zich naar Antwerpen. Na de val van Antwerpen vluchtten vele gegoede Antwerpenaren voor de Inquisitie naar Amsterdam en dat markeerde het begin van de diamantnijverheid daar.
In de 17e eeuw bracht de Franse ontdekkingsreiziger Jean-Baptiste Tavernier grote diamanten mee uit India en beschreef de diamantwinning aldaar. Tot de 18e eeuw werden diamanten alleen in India gedolven. Hier komen ook de bekendste diamanten uit de geschiedenis vandaan. In 1714 werden in Brazilië diamanten ontdekt. Erasmus Jacobs vond in 1866 nabij de Oranjerivier de eerste diamant in Zuid-Afrika: de 'Eureka'. Kort daarop werd ook diamant gevonden in Kimberley. In 1888 richtte Cecil Rhodes de firma De Beers op om de diamanthandel te controleren.
In de 20e eeuw werden belangrijke diamantvoorkomens ontdekt in Siberië, Canada en Australië, en werd het mogelijk om diamant synthetisch te fabriceren. Er zijn talrijke legenden verbonden aan diamanten; zo worden er vaak ook magische of beschermende krachten aan toegeschreven. Diamanten waren het symbool van rijkdom en ze vormen een onderdeel van bijna alle kroonjuwelen, schatkamers en museale collecties. De diamant is een van de "negen edelstenen" in de Thaise Orde van de Negen Edelstenen.
De Cullinan is de grootste ongeslepen diamant die tot nu toe op aarde is gevonden: 3106 karaat (612,2 gram). De Cullinan werd gekloofd en geslepen en het grootste stuk, de Cullinan 1 (530,20 karaat) was na het slijpen ongeveer een eeuw lang de grootste geslepen diamant. De grootste geslepen diamant is sinds 1988 echter de Golden Jubilee (545,67 karaat), die in opdracht van De Beers door Gabriël (Gabi) Tolkowsky werd geslepen en sinds 1997 in het bezit is van de Thaise koning Bhumibol die hem ontving naar aanleiding van zijn 50-jarige kroningsjubileum.
Veel diamant voor industriële doeleinden wordt ook synthetisch gemaakt. Synthetische diamant valt enkel in een laboratorium van natuurlijke te onderscheiden.Onderzoekers van het Carnegie Institution of Washington ontdekten in 2004 een procedé om binnen 24 uur diamant te synthetiseren dat meer dan 50% harder is dan natuurlijk diamant.

Fysische eigenschappen
Diamant is het hardste materiaal dat in de natuur voorkomt.Er zijn anno 2012 slechts twee (industrieel vervaardigde) materialen die harder zijn, namelijk aggregated carbon nanorods en ultrahard fullereen. Deze zijn net als diamant opgebouwd uit koolstofatomen. Diamant zelf is een transparant kristal met een zeer hoge brekingsindex (2,417) en een hoge dispersie (0,044). In juwelen wordt daardoor het (zon)licht schitterend gebroken en weerkaatst al naargelang de slijpvorm. Bovendien wordt het gepolijste glanzend oppervlak van de diamantsteen door de grote hardheid niet mat. Vanwege zijn extreme hardheid wordt diamant gebruikt in de industrie, o.a. voor slijpen, boren, snijden en polijsten en draadtrekken.Een diamant dankt zijn hardheid aan zijn tetraëderstructuur, en is daardoor harder naarmate hij minder insluitsels of kristalroosterdefecten bevat.Door de hardheid is diamant wel relatief bros. In vacuüm gaat diamant vanaf een temperatuur van 1700 °C over in grafiet, in lucht vanaf 700 °C. Naast de hardheid zijn ook de thermische geleidbaarheid (410 W/cm/K) en de soortelijke (elektrische) weerstand van 1013 Ω·m van diamant bijzonder hoog. Deze combinatie maakt dat diamant gebruikt kan worden in elektronische schakelingen om warmte af te voeren. Diamant gedraagt zich net als silicium als halfgeleider en in vloeibaar helium als supergeleider zoals in 2004 ontdekt.

Met dank aan http://www.wikipedia.nl/